Michiel Praal creatief consultant bij Pia Media
Michiel Praal geeft creatieve adviezen aan het mediabedrijf Pia Media BV in Eemnes van Pia van der Molen. Hun website www.pia-media.nl geeft een overzicht van de activiteiten.
Michiel Praal geeft creatieve adviezen aan het mediabedrijf Pia Media BV in Eemnes van Pia van der Molen. Hun website www.pia-media.nl geeft een overzicht van de activiteiten.
Onze vader was een man van weinig woorden.
Misschien had dat alles te maken met de tijd waarin hij opgroeide: de onzekere periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, waarin je of heel uitgesproken was, of juist wantrouwend tegen al die grote woorden van zogenaamd nieuwe maatschappelijke orden.
Mijn vader had dat wantrouwen wel, maar hij bestreedt het onrecht niet. Hij was eerder flegmatiek. Beschouwend, alsof hij er niet écht bijhoorde, maar wél met het vermogen om goed en kwaad van elkaar te scheiden. En te proberen daar naar te leven. In alle bescheidenheid die hem eigen was.
Mijn vader was kind van een heel lieve moeder en een sterk dominante vader, die de dwarsigheid, oorspronkelijkheid en het bijna anarchistische had van een echte Praal.
Mijn vader kon niet zo erg goed óp tegen zijn vader, en was wellicht wel daardoor zijn hele leven een man die gevoed werd door twijfels, onzekerheid, en scepsis.
Hij was duidelijk niet van het conflict-model. Hoewel hij af en toe verbaal wel eens een poging deed, maar in de praktijk zag hij al gauw in dat dat niet bij hem hoorde.
Daarom misschien ook was hij goed in de handel. Gevoel voor zijn klanten, gevoel voor verhoudingen en ook heel slim om zijn klanten voor langere tijd aan hem te binden door betrouwbaar te zijn en met scherpe prijzen te werken. Dat leerden we al jong als er thuis gefolderd werd. Lijsten met daarachter de kortingspercentages per klant voor slangklemmen, nelsonkappen en smeernippels. Samen om de eettafel, overal folders en enveloppen, met een snorrende oliekachel. De jaren 50, ‘toen geluk nog heel gewoon en ook heel simpel leek’.
En toen het gezin de hoeksteen van de samenleving was.
Deze ogenschijnlijke harmonie was bepalend voor het leven van mijn ouders.
Hard werken, reinheid, rust en regelmaat. Op tijd en uur eten, werken en slapen. Samen onder één dak in dat eenvoudige huisje aan de Piet Heinlaan, waar ze ruim 50 jaar samen leefden.
Normen, waarden, en goede scholing. Met ook blik-verruiming. Want vanaf heel jong gingen we met onze ouders naar het buitenland. Duitsland, Oostenrijk, Joegoslavië, Italië. Toen dat nog niet gewoon was. Met de auto.
Een gezinsleven, met mijn moeder als de sturende kracht. In het gezin, maar vooral sturende kracht voor mijn vader. Zij was zijn steun en toeverlaat. Met alle onredelijkheid die zij soms hebben kon. En hij volgde. Meestal. Maar soms niet.
Een enkele keer verhief hij zijn stem. En dan moest mijn moeder volgen: of ze het nu leuk vond of niet.
Ik vond dat in ieder geval wel leuk. Want dan heb je pas echt een vader.
Mijn vader was een man van bescheidenheid, maar hij droeg ook stil verdriet met zich mee. Maar dát is mij pas duidelijk geworden aan het eind van zijn leven. Dan had hij veel emotie als hij sprak over het verlies van hun eerste kindje, dat tijdens de bevalling stierf.
Verdriet en ook spijt. Dat hij het niet had begraven,
maar dat over heeft gelaten aan de beide grootouders. Verdriet en spijt dat hij er nooit met mijn moeder over kon spreken. Zij wilde dat niet en hij wist geen manier om het toch met haar bespreekbaar te maken.
Spijt, dat hij het contact met zijn enige zuster verloren had. En geen pogingen heeft ondernomen om dat te herstellen. Verdriet toen hij zich realiseerde dat dat niet meer kon toen zij overleden was.
Maar hij aanvaardde die realiteit en was wel aanwezig op haar begrafenis.
Spijt dat hij niet aanwezig was op het kerkelijk huwelijk van Pia en mij, nog geen drie jaar geleden.
Hij wist niet hoe hij er mee om moest gaan: zijn zoon die trouwde in de Rooms Katholieke kerk. Een kerk die hij verantwoordelijk stelde dat hij niet met mijn moeder mocht trouwen.
Maar wat hij niet wilde inzien dat dit waarschijnlijk meer te maken had met de achtergrond van zijn schoonouders en de opvattingen van toen, dan met het katholieke geloof ‘an sich’.
Dat onderscheid kon of wilde hij niet maken. Het verdriet daarover was te groot.
Mijn vader heeft er lang over gedaan om te beseffen dat het leven op aarde eindig is.
En dat je bij leven emoties moet verwerken en essentiële zaken moet afhandelen. Dat je daarin een taak hebt en een voorbeeldfunctie naar je kinderen. Dat je vader bent van je gezin. In voor en tegenspoed.
Ik heb er heel lang over getwijfeld of dat ooit zou gebeuren.
Hij was zo afhankelijk van de steun en zorg van zijn omgeving.
Hij klaagde, had woede, en kon dat soms heel onredelijk uiten. Naar de mensen om hem heen, en ook naar mijn moeder. Vol onbegrip over het feit dat ze ziek is en zich niet meer naar hem kan uiten; niet meer zijn steun en toeverlaat was.
Dat heeft hij moeten loslaten. Een langzaam proces: van vallen en opstaan. Met ondersteuning van ons en op het laatst van de mensen van Zorgtoppers. Die hij wél vertrouwde, en met wie hij over zijn gevoel van onvermogen praten kon.
En naar wie hij als eerste duidelijk maakte dat voor hem het leven eindig geworden was, en naar wie hij als eerste aangaf dat hij geen onnodige behandelingen meer wilde.
En zo, is hij heel langzaam een echte vader voor mij geworden. Die, met weinig woorden, duidelijk maakte dat zijn einde spoedig zou komen. Dat hij eerder zou gaan dan onze moeder.
En die met veel emotie, aangaf dat hij toch niet gecremeerd, maar begraven wilde worden: Uit liefde voor zijn zoons, die dan een graf zouden hebben om te bezoeken.
Hij is ons nu echt vóórgegaan. Als een vader. Die op zijn sterfbed heeft aangegeven geen pijn te hebben; gerust te zijn dat zijn vrouw thuis goed verzorgd zou achter blijven.
Als een echte váder die aangaf niet bang te zijn om heen te gaan.
Die mijn hand zocht en vond en die van Pia. Afgelopen zaterdagochtend op zijn sterfbed.
Die wist dat Geertjan onderweg was. En die pas kon sterven, toen Geertjan zei: “Papa, ik ben er, laat het maar los”.
En zo is hij heengegaan: met zijn twee zoons ieder aan een kant van zijn bed. Onze handen in zijn handen… Zo is hij weggegleden naar de eeuwige rust.
In vrede, thuis gestorven, omringd door zijn gezin. Als een vader, die het voorbeeld was voor zijn zonen.
Die hen voorging in de laatste reis die wij allen zullen moeten maken.
Doorgevend van de ene generatie naar de andere…..
Mijn vader was niet gelovig. Sterker nog: het geloof wees hij radicaal en resoluut af. Daar viel niet over te praten. Hij vond dat ieder logisch denkend mens niet gelovig kon zijn. Want niemand kon bewijzen dat er een God is, dus kon Hij volgens hem dan ook niet bestaan, en dus kon je niet in Hem geloven.
Maar ook voor ongelovigen mag je bidden.
Uiteindelijk is mijn vader daar kennelijk ook wat toleranter over geworden. Want toen Marianne Oorvan Zorgtoppers aan mijn vader vertelde dat zij voor hem gebeden had, zei hij:’Voor mij is dat niet nodig, want ik geloof niet. Maar ik vind het wel lief dat je voor mij gebeden hebt…”
En zo wil ik degenen die voor van mijn vader willen bidden, vragen met mij te bidden:
‘Onze vader, die in de hemel is.
Uw naam worde geheiligd,
uw rijk kome, uw wil geschiede
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
En vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren.
Leidt ons niet in bekoring,
En redt ons van het kwade.
Want van u is het koninkrijk,
en de kracht en de heerlijkheid,
in eeuwigheid,
Amen….’
Michiel Praal, 8 maart 2007
Politiek leiderschap
vraagt wijsheid.
Maakt onderscheid
naar persoon en omstandigheden.
Beloont standvastigheid en moed.
Biedt gastvrijheid en onderdak
aan hen die voor hun leven
hebben te vrezen.
Geeft plaats in onze herberg.
Maar de juridisch rechte rug
van de minister
is verre van recht
bij de bescherming van de vrijheid
van het onverzettelijke kamerlid.
Michiel Praal
16 mei 2006
De dag dat wij,
getekend door het leven,
jong, omgeven met weemoed,
vrolijkheid voelden.
Een lach, een knipoog, twinkeling.
Herkenning vanuit een onbekend verleden.
Verbonden, zonder je te kennen.
Liefde, teer en onvoorwaardelijk.
Die dag, na vierentwintig jaar,
is nog maar net begonnen.
Michiel Praal
26 maart 2006
Je armpjes hoog in de lucht
Als een kind dat blij is.
Een bosje gele tulpen.
Voor de naderende lente,
die maar niet ontluiken wil.
Holle ogen, niet begrijpend.
Of soms toch wel.
“Ik heb van je gedroomd vannacht,
je kon je huis niet vinden.
Maar je bent toch al volwassen?”
Moeder, zo klein, zo broos.
Zo druk, in haar hoofd.
Met alles bezig, de hele dag,
in een andere wereld.
Boos soms als het niet gaat
zoals zij het beleeft.
Haar waarheid,
die wij niet kunnen doorgronden.
Dankbaar voor de aandacht
in de schemer van haar bestaan.
Waar steeds minder houvast is:
als een ouder kind wordt.
Michiel Praal,
25 maart 2006
Wijsheid is bij elkaar komen
om te spreken.
Wijsheid is je niet
door angst te laten leiden.
Wijsheid is woede en teleurstelling
te kunnen uiten.
Wijsheid is ruimte geven
om te luisteren.
Wijsheid is je met elkaar
verbonden weten.
Wijsheid is te beseffen dat
woede ons kan scheiden.
Maar de liefde zal ons altijd binden,
want zij is sterker dan het kwade.
MP
Kleine man,
worstelend met het leven
dat langzaam uit hem vloeit.
Met z’n karretje in het park,
kleine stappen, voetje voor voetje.
Als een kind dat net kan lopen,
wankel, maar zonder vreugde nu.
De onbevangenheid van de toekomst
is vergeten.
Er is somberheid, grijs als de winterlucht.
Geconcentreerd om het doel te halen:
naar huis met een witte doos,
een taartje voor de kerst.
Gekromd schuift hij door het park
breekbaar, heel onzeker.
Een vale schaduw
die bijna oplost in de natuur.
Is dat zijn voorland?
Langzaam tastend naar de einder,
naar de dood die verlichting brengt.
Zal hij dat zo beleven?
Die kleine man,
worstelend met zijn leven.
Michiel Praal
24 december 2005